Wat is hepatitis?

Hepatitis is een leverontsteking (‘-itis’ betekent ontsteking in Oud-grieks, en ‘hepato’ verwijst naar de lever). Dit kan een aantal verschillende oorzaken hebben, waaronder infectie (virussen, bacteriën, schimmels en parasieten), geneesmiddelen en chemische stoffen. Eén vorm van hepatitis wordt vaak veroorzaakt door te veel alcohol over een lange periode en wordt ‘alcoholische hepatitis’ genoemd. Virussen zijn de vaakst voorkomende oorzaak van hepatitis door infectie. De periode onmiddellijk na infectie met een hepatitisvirus heet de ‘acute’ fase, en wanneer de infectie met een hepatitisvirus langer dan zes maanden aanhoudt, heet dit de ‘chronische’ fase van de infectie. Er zijn een aantal verschillende virussen die hepatitis veroorzaken (hepatitis A, B, C, D en E), maar alleen de hepatitis B, C en D-virussen kunnen chronische hepatitisinfecties veroorzaken.

Hepatitis C is één van de meest voorkomende virale leveraandoeningen (na hepatitis B) en wordt veroorzaakt door het hepatitis C-virus (HCV). Het hepatitis C-virus werd door wetenschappers ontdekt in 1989. Daarvoor kenden artsen alleen maar een onbekende, via het bloed overgedragen besmettelijke aandoening die ze ‘niet-A niet-B hepatitis’ noemden. Deze aandoening werd zo genoemd omdat het wel ging om leverontsteking, maar deze verschilde van die veroorzaakt door hepatitis A en hepatitis B-virussen. 

Meestal wordt hepatitis C niet spontaan geëlimineerd tijdens de acute fase van de infectie en de hepatitis wordt chronisch, wat betekent dat het virus leverschade kan blijven veroorzaken over een langere periode (tientallen jaren). Het kan jarenlang aanwezig zijn zonder enig symptoom (asymptomatisch) en wordt dus vaak de ‘stille epidemie’ genoemd. In sommige gevallen kan hepatitis C zelfs asymptomatisch blijven nadat er al aanzienlijke leverschade is opgetreden.

Tegen de tijd dat de symptomen optreden, kan de persoon met hepatitis C al een gevorderde leveraandoening hebben. Hoe snel de leverschade zich ontwikkelt, hangt af van hoelang iemand al hepatitis C heeft, de leeftijd op het tijdstip van de infectie, het ras, het geslacht, de levensstijl, de duur van de infectie, de aanwezigheid van andere infecties (hepatitis B, hiv) en of deze al of niet behandeld werd. Mannen lopen een hogere kans dan vrouwen om besmet te worden met hepatitis C, hoewel dit verschil grotendeels toegeschreven kan worden aan risicofactoren die verband houden met de levensstijl.

Sinds de ontdekking van het virus is het onderzoek naar hepatitis C al flink gevorderd. Met weet nu goed dat er verschillende types van hepatitis C-virus bestaan, op basis van genetische variaties, en dat infecties met sommige hiervan niet altijd op dezelfde manier reageren op de behandeling. De verschillende genetische types heten genotypes (bijvoorbeeld, genotype 1), en elk genotype kan ook een aantal subtypes hebben (bijvoorbeeld, genotype 1, subtype a).