Als bij u hepatitis C werd gediagnosticeerd, moet u met uw arts bespreken of behandeling is aangewezen is voor u en zo ja, wanneer. Zelfs als u in aanmerking komt voor behandeling, zijn er een aantal factoren waarmee u rekening kunt houden voordat u begint met een therapie. De punten waarop de arts u zou kunnen wijzen bij de overweging is de kans op slagen van de behandeling, of u symptomen hebt, de mogelijke gevolgen van niet behandelen binnen een bepaalde termijn, alle andere infecties die u hebt of andere geneesmiddelen die u misschien inneemt, alsook het risico op bijwerkingen. In sommige omstandigheden, vooral wanneer er aanwijzingen zijn van gevorderde leveraandoening, is het mogelijk dat uw arts u aanbeveelt om snel te beginnen met de behandeling.
Een andere factor die de beslissing voor de behandeling kan beïnvloeden is uw HCV-genotype. Wie besmet is met genotype 1 heeft aanzienlijk minder kans op een geslaagde behandeling met gepegyleerd interferon en ribavirine dan personen besmet met HCV- genotypes 2 en 3. Bovendien moeten patiënten met virusgenotypes 1 en 4 ook langer behandeld worden en moeten ze de bijwerkingen langer verdragen (meestal 48 weken t.o.v. 24 weken) dan patiënten besmet met HCV-genotypes 2 en 3. Dus als u besmet bent met HCV- genotype 1 of 4 en geen symptomen of tekens hebt van leveraandoening, kunt u de behandeling uitstellen tot dit beter past in uw persoonlijke situatie.
Als u eerder werd behandeld voor hepatitis C en niet goed hebt gereageerd, of als het virus teruggekomen is, moet u dit bespreken met uw arts of moet u de behandeling opnieuw proberen.