Behandelingsresultaten

Er wordt gezegd dat een infectie met hepatitis C-virus genezen is als het genetische materiaal (RNA) van het virus onmiddellijk na het einde van behandeling en nog eens zes maanden later niet meer gedetecteerd kan worden in het bloed van de patiënt. Dit staat bekend als een aanhoudende virologische respons (sustained virological response  of SVR). 

Sommige patiënten reageren niet op de behandeling (niet-responders) en bereiken nooit een ondetecteerbare concentratie van virus in hun bloed tijdens de behandeling.  In sommige gevallen maken deze patiënten een voorbijgaande periode van ondetecteerbare virusconcentraties door, maar het virus groeit nog tijdens de behandeling opnieuw tot detecteerbare concentraties (doorbraak).  Andere personen bereiken tijdens de behandeling een ondetecteerbare  virusconcentratie in hun bloed, maar dan stijgt de concentratie zodra de behandeling gestopt wordt (terugval)

Combinatietherapie met gepegyleerd interferon en ribavirine is momenteel de meest doeltreffende  beschikbare behandeling. Het succes varieert met het virusgenotype. De succespercentages zijn hoger (ongeveer 80% van de patiënten bereiken SVR) bij genotypes 2 of 3 dan bij genotype 1 (ongeveer 40–50% patiënten bereiken SVR).1

Bij patiënten die geen ribavirine kunnen gebruiken, vertoont interferonmonotherapie een succespercentage van 15–25%.1

1Website van de Wereldgezondheidsorganisatie:
http://www.who.int/csr/disease/hepatitis/whocdscsrlyo2003/en/index.html