De meest betrouwbare manier om te weten of iemand ooit besmet is geweest met het hepatitis C-virus is om het bloed te testen op antilichamen tegen het virus. Het lichaam heeft gemiddeld 7-8 weken nodig om deze antilichamen te produceren, maar het kan ook langer duren; als de besmetting mogelijk van recente datum is en als de antilichaamtest negatief is, moet de test binnen 6 maanden herhaald worden.
Als de antilichaamtest positief is, betekent dit dat de persoon blootgesteld is geweest aan het hepatitis C-virus en dat er nog een test nodig is om te zien of het virus nog aanwezig is (omdat 10-30% van de mensen dit spontaan elimineren). De arts kan ook andere tests voorstellen om uit te zoeken hoe groot de schade aan de lever is.
Er wordt een PCR-test gebruikt om te zien of er nog virus aanwezig is. Deze test gebruikt moleculaire technieken om de hoeveelheid genetisch materiaal (RNA) uit het hepatitis C-virus dat in het afgenomen bloed aanwezig is, te vermenigvuldigen. Als de PCR-test positief is, dan is de persoon besmet met het hepatitis C-virus. De PCR-test kan ook gebruikt worden om het genotype van het virus te beschrijven (er zijn zes verschillende genotypes van het hepatitis C-virus) en hoeveel ervan aanwezig is (virale belasting). In sommige gevallen, als het bekend is dat een persoon minder antilichamen produceert (bijvoorbeeld bij infectie met hiv), is het nodig om direct met PCR te testen op hepatitis C.
Transaminasetests meten de concentraties van sommige leverenzymen in het bloed en wijzen op leverontsteking, vooral het vaakst geteste enzym, alanine-aminotransferase (ALAT). De resultaten van deze tests kunnen variëren in de tijd, en daarom kan het zijn dat ze herhaald worden.
Er kan ook een leverbiopsie uitgevoerd worden, omdat dit een preciezere evaluatie oplevert van de schade aan de lever. Het hoeft niet altijd nodig te zijn om een biopsie uit te voeren, maar de beslissing van de arts zal afhangen van veel factoren, onder andere het virusgenotype. Leverbiopsieën worden onder lokale verdoving uitgevoerd en vereisen over het algemeen geen ziekenhuisopname. Er wordt met een naald een klein stukje van de lever verwijderd, en dit wordt doorgestuurd voor onderzoek onder een microscoop. De resultaten worden gegradeerd naar de mate van ontsteking en littekenweefsel. Biopsieën zijn ook nuttig om de leverschade in de tijd te volgen en kunnen in sommige omstandigheden om de 3 tot 5 jaar uitgevoerd worden. Er worden steeds vaker andere niet-invasieve tests gebruikt die de mate van leverschade kunnen voorspellen, zoals fibroseserummerkers of voorbijgaande elastografie.
De resultaten van deze tests zullen u en uw arts helpen om de ernst van de leveraandoening te beoordelen en aanbevelingen te maken voor uw verdere verzorging.