Het is mogelijk om hepatitis C te hebben zonder dat u dat weet. U hoeft geen symptomen te hebben om de infectie te hebben of het virus te verspreiden.
In ongeveer 10% van de gevallen weet een persoon niet hoe hij geïnfecteerd is geraakt met het hepatitis C-virus.1 Het is echter belangrijk om de meest voorkomende oorzaken van infectie te kennen om u te helpen beslissen of u risico loopt.
Het hepatitis C-virus verspreidt zich door rechtstreeks contact tussen geïnfecteerd bloed en bloed of weefsel van een niet-geïnfecteerde persoon. Er zijn twee belangrijke besmettingswijzen:
Hepatitis C werd in 1989 ontdekt, maar de screeningtests werden pas een paar jaar later ontwikkeld. Bloed en bloedproducten werden vóór 1992 niet routinematig getest op het hepatitis C-virus, dus het kan zijn dat u blootgesteld bent aan het hepatitis C-virus als u een bloedtransfusie hebt gekregen vóór 1992 (in het VK worden al het bloed en alle bloedproducten getest sinds september 1991). Als u zich zorgen maakt omdat u een bloedtransfusie gekregen kunt hebben tijdens deze periode en geïnfecteerd zou kunnen zijn, neem dan contact op met uw arts voor advies.
Soms weten mensen niet of ze een bloedtransfusie hebben gekregen. U kunt een bloedtransfusie hebben gekregen tijdens:
Bloed en bloedproducten die nu worden gebruikt door artsen worden in de meeste landen routinematig getest op het hepatitis C-virus, en ze ondergaan ook een virusinactivatieprocedure als dit nodig is. Sinds de invoering van de routinescreening van bloed voor hepatitis C zijn er aanzienlijk minder infecties door bloedtransfusies opgetreden. Als u één van de hierboven genoemde procedures hebt ondergaan in ontwikkelingslanden, waar u vermoedt dat de voorzieningen en infrastructuur voor gezondheidszorg onvoldoende garanderen dat het bloed wordt getest, controleer dan om te bevestigen of er getest werd op hepatitis C (en andere door bloed overdraagbare infecties) in dat land en raadpleeg uw arts om een test te laten doen als dit aangewezen is.
Eerder of huidig intraveneus (geïnjecteerd) druggebruik is een belangrijke risicofactor voor besmetting, zelfs als het maar eenmaal is gebeurd. Gezamenlijk gebruik van een naald of spuit, of het materiaal gebruikt om de drug te bereiden (bv. lepel, kopje, watje of filter), kan geleid hebben tot besmetting met het hepatitis C-virus.
Cocaïne snuiven, is ook een risicofactor, omdat dit de oorzaak kan zijn van corrosie van het neusslijmvlies, waardoor de neus kan bloeden en het materiaal dat gebruikt wordt voor de inhalatie (bijvoorbeeld papiertjes of rietjes), bevuild kan raken met bloed.
Contact met geïnfecteerd bloed kan ook voorkomen in de volgende situaties:
Het risico op besmetting door geslachtsgemeenschap kan hoger zijn in bepaalde omstandigheden, zoals tijdens anaal geslachtsverkeer, tijdens de menstruatie (regels), of als één van de partners genitale letsels heeft. In elk geval moeten mensen met hepatitis C die meer dan één sekspartner hebben veilig vrijen (met een condoom). Mensen met een stabiele heteroseksuele relatie met één partner hoeven normaal gezien hun seksuele gewoonten niet te veranderen.
1Alter MJ. Epidemiology of hepatitis C. Hepatology 1997; 26 (3 Suppl 1): 62S-65S.
2Newell ML, Pembrey L. Mother-to-child transmission of hepatitis C virus infection. Drugs Today (Barc) 2002; 38(5): 321-337.