Getest worden

Wanneer u getest wordt op hepatitis C, wordt er eerst bloed afgenomen. Het bloed wordt getest op antilichamen tegen het hepatitis C-virus.

Antilichamen of antistoffen zijn eiwitten van het immuunsysteem. Uw lichaam maakt deze aan als onderdeel van de afweer tegen infectie. Ze helpen bij de vernietiging van ‘vreemde’ moleculen, zoals die van het hepatitis C-virus. Antilichamen of antistoffen die specifiek gericht zijn tegen het hepatitis C-virus worden alleen gemaakt wanneer het hepatitis C-virus aanwezig is.  Als deze dus in uw bloed gevonden worden, betekent dit dat u op een bepaald tijdstip in contact geweest bent met het hepatitis C-virus. De aanwezigheid van antilichamen betekent echter niet noodzakelijk dat u het virus  nog steeds in uw bloed hebt.

De extra definitieve test meet de werkelijke hoeveelheid genetisch materiaal, RNA van het hepatitis C-virus, gewoonlijk door een techniek die polymeraseketenreactie (polymerase chain reaction, PCR) genoemd wordt, of een variant ervan. De test wordt daarom over het algemeen PCR-test genoemd.

De hepatitis C-tests zijn aanbevolen voor de volgende mensen:

  • Mensen die recent of in het verleden illegale  drugs hebben geïnjecteerd, ook degenen die dit slechts eenmaal gedaan hebben en zichzelf niet beschouwen als drugsgebruikers
  • Mensen met aandoeningen die in verband gebracht worden met een hoog risico op hepatitis C-infectie, zoals:
    • Mensen met hiv-infectie
    • Mensen met hemofilie die bloedstollingsfactoren uit concentraat hebben gekregen vóór 1987
    • Mensen die ooit hemodialyse hebben ondergaan
    • Mensen met onverklaarbare abnormale transaminaseconcentraties
  • Mensen die transfusies of orgaantransplantaties hebben ondergaan, zoals:
    • Degenen aan wie verteld is dat ze bloed hebben gekregen van een donor die later positief bevonden is voor hepatitis C
    • Degenen die een transfusie met bloed of bloedproducten hebben gekregen vóór 1992
    • Degenen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan vóór 1992
  • Kinderen geboren uit moeders geïnfecteerd met hepatitis C
  • Verstrekkers van gezondheidszorg, spoedhulp en volksgezondheid na een prikletsel of blootstelling van de slijmvliezen aan hepatitis C-positief bloed
  • Huidige sekspartners van mensen met hepatitis C (hoewel het risico op infectie laag is, stelt een negatieve test bij de partner gerust, zodat het testen van sekspartners nut heeft in de klinische praktijk).

*Uit de praktijkrichtlijnen van de American Association for the Study of Liver Diseases (AASLD)

In sommige gevallen kan het ook aanbevolen zijn om specifieke risicopopulaties te testen, zoals gevangenen of mensen geboren in of afkomstig uit sterk endemische gebieden. Naast de bevestiging van de aanwezigheid van antilichamen en RNA, kan de arts ook vragen om uw bloed te testen op transaminasen. Transaminasen (ALAT, ASAT) zijn enzymen die vrijkomen uit de levercellen als de lever ontstoken is. Hoge concentraties van de transaminasen wijzen op een ontsteking van de lever. De stijging in de transaminasespiegel correleert echter niet rechtstreeks met de mate van leverschade.